De afgelopen weken hebben me opnieuw iets geleerd over rust.
Niet de rust die ontstaat wanneer alles meezit.
Niet de rust van een lege agenda, geen zorgen of geen weerstand.
Maar de rust die ontstaat terwijl er juist van alles speelt.
Jarenlang train ik kickboksen. Veel mensen denken daarbij aan conditie, techniek of weerbaarheid.
Maar misschien is de belangrijkste les wel iets anders.
Onder druk blijven ademen.
Wanneer iemand op je afkomt, wanneer je moe bent, wanneer je geraakt wordt, wanneer je liever weg zou
bewegen dan aanwezig zou blijven.
Rust is niet de afwezigheid van spanning.
Rust is wat je doet terwijl de spanning aanwezig is.
De afgelopen tijd heb ik gemerkt dat groei zich soms op een bijzondere manier laat zien. Niet doordat alles goed
gaat, maar doordat je anders reageert wanneer het moeilijk wordt.
Waar ik vroeger misschien harder was gaan trekken, oplossen of forceren, kon ik nu vaker ruimte laten bestaan.
Niet omdat ik alles begreep. Niet omdat het makkelijk was. Maar omdat ik steeds meer vertrouw op het idee dat
niet alles direct opgelost hoeft te worden.
Dat vertrouwen komt niet uit een boek.
Het komt uit duizenden herhalingen. Uit trainen. Uit vallen en weer opstaan. Uit leren aanwezig te blijven wanneer
je liever zou vluchten.
En eerlijk is eerlijk: soms helpt het ook om je gedachten hardop uit te spreken. In gesprekken met vrienden, familie
en ja, zelfs met AI. Niet omdat die de antwoorden heeft, maar omdat het helpt om je eigen antwoorden beter te horen.
Misschien is dat uiteindelijk wel wat persoonlijke groei is.
Niet minder voelen.
Maar meer kunnen dragen.
Reactie plaatsen
Reacties